Hotel Zagour Vid Saharaens portar Hotel Zagour An den Toren der Sahara Hotel Zagour En las puertas del Sahara Hotel Zagour Alle porte del Sahara Ξενοδοχείο Zagour Στις πύλες της Σαχάρας Hotel Zagour Ved Saharaens porte

Hotel Zagour Aan de poorten van de Sahara

Hotelli Zagour Autiomaan porteilla Hotell Zagour Ved portene til Sahara Zagour Hotel At the Gates of the Sahara 扎古尔酒店 撒哈拉大门 Отель Zagour На пороге Сахары Hôtel Zagour Aux portes du Sahara
Uitwisseling met Hotel Zagour, Draa-vallei, Zagora, Marokko
Aankomst luchthaven Ouarzazate, Marokko

De kleine luchthaven van Ouarzazate doet me sterk denken aan die van Tucson in Arizona: omgeven door een uitgestrekte halfwoestijn onder een strakblauwe hemel. Na slechts een paar stappen op het asfalt word ik al opgewacht door Mohammed, de zoon van de eigenaar, en Lhoucine, de commercieel directeur van Hotel Zagour. Ik word er onthaald alsof ik de ambassadeur van de Franse gîtes ben.

Mercedes taxi in de Marokkaanse woestijn

Eenmaal plaatsgenomen in hun "gele taxi", een oude Mercedes uit de jaren zeventig, vertelt Lhoucine me dat we nog zo'n 160 kilometer van Zagora verwijderd zijn. Ze hebben dus maar liefst 320 kilometer gereden, puur om mij van het vliegveld op te halen! Na een kop koffie op een zonnig terras aan het centrale plein van Ouarzazate en een snelle rondleiding over een openluchtfilmset, trekken we de kronkelige wegen van de steenwoestijn in.

Eigenlijk is het maar één hoofdweg, want deze loopt na Zagora dood, precies waar de uitgestrekte Sahara begint. De rest van de reis, tot aan Timboektoe in Mali, leg je per dromedaris af – een tocht van maar liefst 52 dagen. Ondanks de smalle wegen doorkruisen we de palmoases, woestijndelen en dorpjes in een behoorlijk hoog tempo. Een stevige druk op de claxon en we razen weer verder.

Hotel Zagour ligt aan de andere kant van Zagora, prachtig gebouwd tegen een heuvelhelling. Vanaf hier heb je een schitterend uitzicht op het palmenbos en de ondergaande zon. Het hotel beschikt over drie mooie terrassen, achttien comfortabele kamers, een riant zwembad en een grote, traditioneel ingerichte eetzaal. Er werkt een hecht team van elf mensen: de receptionist, de nachtwaker, Lhoucine (de commercieel directeur), de ober, de kamermeisjes, Fatima de kokkin met haar onafscheidelijke, stralende glimlach en haar vaste assistente, de boekhouder en de organisator van de woestijntochten.

Meneer Benlhou nodigt ons 's avonds uit bij hem thuis voor het diner, dat geserveerd wordt in een ruime, speciaal voor gasten ingerichte kamer. Hij is een buitengewoon openhartige man; de gesprekken verlopen soepel en de avond staat in het teken van een oprechte, culturele uitwisseling. Als zakenman bezit hij alle kwaliteiten om succesvol te zijn. Zijn sterke persoonlijkheid, charismatische uitstraling en innerlijke rust hebben een onuitwisbare indruk op mij achtergelaten tijdens mijn verblijf in Hotel Zagour. Wat me overigens ook direct opvalt, is de bijzonder warme, levendige sfeer in de keuken – ongetwijfeld grotendeels te danken aan de vrolijke Fatima. Dit vormt een mooi contrast met de meer formele sfeer in de grote eetzaal en de privésalon waar we van een verrukkelijke couscous genoten.

Straatbeeld in Zagora

Ook buiten, op straat, heerst een hele pure, authentieke sfeer. Iedereen gaat er ontspannen en schijnbaar stressvrij zijn eigen gang, wat een zekere harmonie uitstraalt. Zagora wordt gekenmerkt door een lange, rechte hoofdstraat met een imposante, versterkte poort bij de stadsingang. Het is de allerlaatste, belangrijke pleisterplaats vóór je de uitgestrekte Sahara-woestijn intrekt. Je vindt hier de laatste palmoase, de laatste plek om nog even flink in te slaan en... de laatste betrouwbare internetverbinding. We maken een ontspannen wandeling naar de bruisende souk. Net als op de kleine, lokale markten in Zuid-Frankrijk lijkt de bevolking hier vooral samen te komen om gezellig bij te praten, en in mindere mate voor de dagelijkse boodschappen. Voor het stadhuis lopen we toevallig nog de "Pacha" (de burgemeester) en zijn medewerkers tegen het lijf.

De beroemde poort van Zagora

De stad lijkt perfect uitgerust om bewoners en bezoekers alle benodigde administratieve en praktische diensten te bieden, zodat alles op rolletjes loopt. De afgelopen tien jaar heeft Zagora overigens een aanzienlijke stijging van de grondprijzen doorgemaakt, met name in en rondom het groene palmenbos. De absolute en grootste troef van de stad is natuurlijk de woestijn die letterlijk voor de deur ligt: je hebt hier gegarandeerd zon en je kunt er prachtige trektochten maken, steevast onder de deskundige begeleiding van lokale Berbers en hun dromedarissen. Lhoucine stelt al vrij snel voor om enkele dagen met hem mee op bivak te gaan, om zo zélf de magie van deze eindeloze woestijn te kunnen ervaren.

Eenmaal terug in het hotel stellen mijn gastheren me voor aan een markante heer met een stevige snor. Al snel haalt hij een dik plakboek tevoorschijn en toont me vol trots tientallen krantenknipsels en foto's van zijn toch wel wat lugubere prestaties als lokale volksentertainer. Zijn act bestaat er namelijk uit zichzelf te doorboren met scherpe spijkers en lange breinaalden, om zich tot slot zelfs in de lucht te laten hijsen door een tractor, puur gedragen door stalen haken die diep in zijn vlees zijn verankerd.

Lokale fakir-entertainer in Zagora

De volgende dag staat zijn show gepland op het plaatselijke sportterrein van de gemeente. Met z'n vijven proppen we ons in de grote Mercedes van Lhoucine, de opzwepende muziek (Samira Said en Cheb Mami) keihard aan. Bij aankomst worden we door een uitzinnige menigte opgewacht alsof we hoogwaardigheidsbekleders zijn. Er is hier werkelijk geen enkele andere westerse toerist te bekennen; dit is een puur, lokaal spektakel voor en door de bevolking. Misschien denken sommige toeschouwers wel dat ik de rijke buitenlandse promotor ben, want onze excentrieke fakir staat erop dat ik uitgebreid word voorgesteld aan de notabelen van de stad, die natuurlijk pontificaal op de allereerste rij zitten.

Ineens voel ik twee- tot drieduizend nieuwsgierige en bewonderende blikken op me gericht, wat extra ongemakkelijk voelt omdat al deze, veelal straatarme, mensen keurig voor hun plekje hebben betaald, terwijl ik als eregast gratis mag kijken... Overal om ons heen wapperen vlaggen en hangen grote portretten van de koning. Ook de politie is in groten getale aanwezig. Het is een wat bevreemdend gezicht hoe de agenten in een strakke ring om de vele, levendige gezinnen en spelende kinderen heen staan.

Trektocht met dromedarissen in de Sahara

Wat later op de ochtend vertrekken we: Lhoucine, Mohammed de kameeldrijver, twee dromedarissen en ikzelf. We laten het kleine stadje Zagora achter ons en trekken de droge woestijn in, richting de allerlaatste rotsachtige barrières voordat we het woestijndorp M'hamid en de echte Sahara bereiken. Het wordt een stevige trektocht van vier dagen; we leggen zo'n twintig kilometer per dag af onder de felle, brandende zon en een strakblauwe hemel.

Onze gids, Mohammed, is een uiterst pientere en jonge Berber van amper 22 jaar. Ondanks zijn jonge leeftijd is hij enorm professioneel: hij fungeert tegelijkertijd als onze gids, kok, kameeldrijver én tempobepaler. Het is vooral dankzij hem dat we ons zo volledig kunnen onderdompelen in een totaal andere manier van leven, en we de woestijn en oases met andere ogen leren ontdekken. Hij verzorgt bovendien voortreffelijke, gezonde en smaakvolle maaltijden. Vaak genieten we van een heerlijk kopje mierzoete muntthee onder onze traditionele Berbertent, of zoeken we verkoeling in de schaarse schaduw van een doornige acacia, een verdwaalde palmboom of een deels ingestorte, lemen muur.

Het koken in zo'n eenvoudige tent vereist best wat flexibiliteit en strakke organisatie. Mohammed bewaart alles netjes binnen handbereik in kleine zakjes. Hij hurkt rustig neer in het zand en plotseling lijkt het bereiden van een heerlijke maaltijd de normaalste en simpelste zaak van de wereld. Als ik me dan mijn eigen, hyperactieve gedrag in de professionele keuken van L'Etoile voor de geest haal, voel ik me haast een logge kruisvaarder die met een zwaar slagzwaard lomp voorwaarts stormt. Hier is werkelijk alles veel vloeiender, lichter en buigzamer; je deint hier gewoon rustig mee op het ritme van de dag, in plaats van dat je voortdurend probeert álles te sturen.

Bivak en maaltijd in de woestijn

Tijdens onze tweede wandeldag stuiten we onverwacht op een andere groep, bestaande uit drie kameeldrijvers en zeven Franse toeristen die net hun bivak in de duinen aan het opbouwen zijn. De Fransen zijn tot de tanden toe uitgerust: dure wandelschoenen, van die typische afritsbroeken en het gezicht dik ingesmeerd met lagen zonnebrandcrème. Dat staat in schril contrast met onze geharde kameeldrijvers. Zij brengen soms moeiteloos meer dan een volle maand aan één stuk door in deze meedogenloze woestijn, gewoon wandelend op een afgetrapt paar oude Nikes of op simpele, versleten leren slippers.

Al op dag twee zie ik bij mijn overgeorganiseerde Franse landgenoten de eerste grote blaren verschijnen. Zelf begin ik op de derde dag weliswaar een licht trekkend, pijnlijk gevoel op de wreef van mijn linkervoet te bespeuren, maar over het algemeen houd ik het prima vol. Ik geniet met volle teugen van deze volstrekt unieke ervaring, van de opbloeiende vriendschap met Lhoucine, het fijne gezelschap van Mohammed en de levendige en verrassende gesprekken met de Fransen rond het avondkampvuur. Lhoucine is een buitengewoon open, vlotte en scherpzinnige man. Net als veel jonge Marokkanen heeft hij een licht revolutionair randje. Je kunt echt over alles met hem in discussie gaan, hij lacht aanstekelijk en luid, en bovendien blijkt hij een onvermoeibare wandelaar te zijn. Ironisch genoeg waren zowel hij als ik totaal niet uitgerust voor een zware woestijntocht; we liepen daar praktisch in onze gewone stadskleding, maakten ons nergens druk om, en alles verliep wonderwel vlekkeloos.

Precies tijdens het oversteken van een immense, desolate woestijnvlakte begint Lhoucines mobiele telefoon plotseling luid te rinkelen... Het blijkt zijn vrouw te zijn, die op dat moment ergens in het Franse Vesoul of Luxeuil verblijft (de exacte plaats ben ik helaas even vergeten). Als Marokkaanse van de tweede generatie kan ze maar moeilijk aarden in dat grijze, gure Franse klimaat. Ik kan me dan ook heel goed voorstellen dat dit onverwachte, directe contact met haar man, die hier midden in de zonovergoten zandduinen loopt, haar hart ongetwijfeld flink moet verwarmen! Hun innige gesprek duurt al snel bijna een vol uur en wordt nagenoeg volledig in het Frans gevoerd, slechts hier en daar liefkozend afgewisseld met enkele Arabische koosnaampjes (waarschijnlijk de meer romantische passages...).

Plotseling, terwijl we onverstoorbaar doorstappen richting de eindeloze horizon, drukt Lhoucine onverwachts zijn telefoon in mijn handen. Verbaasd antwoord ik: "Allo?!"
"Is het écht waar dat u de eigenaar bent van een hotel in Zuid-Frankrijk? En doet u echt aan uitwisselingen met Hotel Zagour? Wat fantastisch! Dan komen we u heel binnenkort zeker bezoeken!" klinkt het enthousiast aan de andere kant van de lijn. De Marokkanen die ik ontmoet ben enorm openhartig en hebben een diepgewortelde, oprechte behoefte aan vriendschap en wederzijdse erkenning. Ondanks hun vaak zeer beperkte financiële middelen en de soms nog wat autoritaire en restrictieve machtsstructuren in het land, maken ze op alle fronten bewonderenswaardig snel vooruitgang.

Eenzame tocht in de woestijn

Na drie intensieve wandeldagen in het gezelschap van de Franse groep, splitsen onze wegen zich eindelijk, letterlijk in the middle of nowhere. Het voelt bijna als een epische, uitgestrekte scène uit de film Lawrence of Arabia. De Fransen trekken strak rechtdoor in de richting van een eenzame watertoren, ver weg aan de horizon, terwijl wij resoluut linksaf slaan. We volgen de ruwe, scherpe contouren van een langgerekte, kleine bergketen tot we bij het uiterste uiteinde ervan aan zullen komen. Om daar echter nog vóór de avond te geraken, moeten we flink tegen de aanzwellende wind in beuken en het tempo aanzienlijk verhogen ten opzichte van wat we met de grote groep gewend waren. Het wordt nu bittere ernst en opeens valt er dan ook een totale, geconcentreerde stilte; geen van ons drieën spreekt nog een woord. Mohammed jaagt de zwaarbeladen dromedarissen in een haast moordend, strak ritme voort. Lhoucine is verzonken in zijn eigen gedachten (misschien is hij in zijn hoofd wel even terug in Vesoul bij zijn vrouw?), terwijl ik mijn volle focus nodig heb om mijn vermoeide enkels niet te verstuiken op de uiterst verraderlijke, losse keien van deze steenwoestijn. Toch bevalt deze rauwe, afmattende sfeer me eigenlijk uitstekend; ik ben hier helemaal in mijn element, en aan alles voel ik dat dat voor mijn twee metgezellen precies zo geldt.

Rustplaats en dromedaris

Onze latere picknick is ronduit spartaans en sober te noemen, genuttigd in de schaarse, flikkerende schaduw van een eenzaam en verdord boompje: één tomaat, een simpele appel en twee mandarijnen per persoon. De zware fysieke inspanning eist daarna duidelijk zijn tol, want we krijgen alle drie last van een enorme, onvermijdelijke middagdip. Stevig gewikkeld in een warme, ruwe deken storten we onszelf al snel in een diepe, herstellende siësta. Mohammed heeft voor zichzelf een slim plekje gevonden: beschut tegen de harde, snijdende wind ligt hij heerlijk te bakken in de zon, in een ondiepe uitholling van een nabijgelegen zandduin. De woestijnwind wakkert echter steeds feller aan en de grote dromedaris die vlak naast mij rust, wordt zichtbaar wat onrustig. Opeens, zonder enige waarschuwing, laat het zware, logge beest zich met een doffe plof zijwaarts in het zand vallen... op nog geen vijftig centimeter afstand van mijn hoofd! Tijd om op te staan en weer in actie te komen!

Mohammed weigert de dromedarissen nog langer onbewaakt en los te laten liggen. Al snel hesen we onszelf dus weer omhoog en zet onze kleine karavaan zich gedecideerd weer in beweging richting de eindeloze horizon. We weten dat we, ergens helemaal aan het einde van deze lange, uitgestrekte bergketen aan onze linkerzijde, eindelijk de allerlaatste, verharde weg zullen bereiken vóórdat de échte, grote Sahara begint. Precies op dat punt staat ons gelukkig nog een andere, ervaren kameeldrijver op te wachten. De man verblijft inmiddels alweer anderhalve maand aaneengesloten in de harde, meedogenloze woestijn, maar hij blijkt tot onze grote verrassing nog altijd volop en bruisend van de positieve energie te zitten!

Het is dan ook hoogstwaarschijnlijk precies tijdens dít soort schaarse, intense en korte ontmoetingen in de wildernis dat alles wat zich na dagenlange, absolute eenzaamheid heeft opgekropt, er in één klap razendsnel en in alle hevigheid wordt uitgedrukt en gedeeld.

Hotel Zagour, Zagora, Draa-vallei, Marokko - Kaart Wederzijdse uitnodigingen en gedachtewisselingen tussen Hotel Zagour in Marokko en L'Etoile Gastenhuis in Lozère, Frankrijk.